schakelingen
<<< terug <<<
verkenning
Het onderbreken of doorlaten van een energiestroom noemen we schakelen. Dit geldt zowel voor elektrische, mechanische, hydrolische als pneumatische energie.
De meeste schakelingen werken met aan-uit, maar er zijn ook schakelingen die trapsgewijs, of zelfs tot ‘traploos’. Waar wat wordt toegepast, vind je in deze lessen.
electrisch
Elke dag schakel je verschillende keren een energiestroom in of uit zoals de verlichting, radio, televisie of een magnetron. De uitvoering van een schakelaar kan handbediend zijn, maar ook tijd- of lichtgestuurd. In deze les gebruiken we lampschakelingen als voorbeeld, maar het principe van deze schakelingen gaat natuurlijk ook op voor andere energie gebruikers. Wat je in ieder geval ontdekt is dat schakelaars altijd een stroomkring sluiten of onderbreken.
mechanisch
Mechanische schakelingen hebben meestal tot doel de verhoudingen tussen inspanning en beweging zo gunstig mogelijk te maken. Bij de fiets wil je met een redelijke krachtsinspanning een zo hoog mogelijke snelheid halen. En bij de slagroomklopper wil je met een haalbare handbeweging de vorken zo snel mogelijk laten draaien. Om inzicht te krijgen in de mogelijkheden van versnellen en vertragen, maak je zelf een aantal schakelingen.
traploos
Bij een vertuig zijn de gewenste snelheid en de daarbij benodigde energie meestal niet constant. Je moet dan heel veel schakelen om de geleverde energie en de snelheid op elkaar af te stemmen. Het ideaalste is dan een traploze overbrenging. Om dit te bereiken wordt zo’n overbrenging in het echt meestal elektronisch geregeld. In deze les ontdek je het principe van de traploze schakeling.

<<< terug <<<