In de brugklas wordt gewerkt met twee typen klassen: vmbo(t)/havo brugklassen en havo/vwo brugklassen, afgekort TH-brugklassen en HV-brugklassen.
Het niveau van het onderwijs en de toetsing in de TH-klassen is zo gekozen dat een goede voorbereiding wordt gerealiseerd op vmbo(t)-2 en havo-2.
Het niveau in de HV-klassen is een goede voorbereiding op havo-2 en atheneum-2.
Leerlingen, die in de brugklas van het Altena College starten, worden ingedeeld in één van deze twee typen brugklassen, ook wel dakpannen genoemd, vmbo(t)/havo of havo/vwo.
Deze indeling vindt plaats op basis van de adviezen van de basisscholen en de resultaten bij de Cito-toets. Voor de richtlijnen die gebruikt worden bij de indeling, verwijzen we u naar het onderstaande schema genoemd bij a). Via deze richtlijnen kunnen de meeste leerlingen zonder problemen ingedeeld worden. Natuurlijk blijven er altijd enkele leerlingen waarover nader overleg met de basisschool en/of de ouders nodig is, omdat niet op voorhand duidelijk is wat het best passende type brugklas is.
De pedagogische doelen die we met de brugklas nastreven zijn:
Leerlingen moeten zo snel mogelijk op het goede schooltype zitten, zodat ze op een voor hen passend niveau onderwijs en begeleiding krijgen aangeboden.
De potentiële vmbo(t)-leerlingen moeten niet overvraagd worden, want dat kan tot demotivatie leiden.
De potentiële atheneum-leerlingen moeten voldoende uitdaging krijgen om zich optimaal te ontplooien.
Voor leerlingen die niet uitgesproken geschikt zijn voor vmbo(t) of atheneum, moeten er voldoende overstapmogelijkheden blijven.
Leerlingen moeten zich prettig voelen. De samenstelling van de klas en resultaten die leerlingen redelijkerwijs kunnen halen, zijn daarbij van belang.
Voorheen werkte het Altena College met een heterogene brugklas, met daarbinnen onderwijs en toetsing op 2 niveaus. Met ingang van de cursus 2006-2007 stappen we over op de dakpanconstructie zoals hierboven beschreven. Voordelen van deze nieuwe indeling zijn:
De nieuwe indeling houdt beter rekening met de niveauverschillen tussen leerlingen dan de heterogene brugklassen die we tot nu toe hadden.
De nieuwe indeling sluit veel beter aan bij de aangeboden lesmethoden. Omdat er in den lande nauwelijks meer met heterogene brugklassen wordt gewerkt, verdwijnen de methodes voor de heterogene brugklas van de markt.
Toetsing en becijfering kunnen op 1 niveau plaatsvinden.
Er kleven uiteraard ook enkele nadelen aan de nieuwe indeling. Zo zullen de basisscholen nauwkeuriger dan in het verleden hun adviezen moeten geven. Dat advies in combinatie met de Cito-score bepaalt immers de indeling.
Verder kunnen brugklasleerlingen die van één basisschool komen, maar een verschillend advies hebben t.a.v. het type brugklas nu niet meer bij elkaar in de klas komen. We blijven overigens wel, net als voorheen, aan de basisscholen vragen om voorstellen te doen voor de groepen die het beste bij elkaar in een klas kunnen komen. Zij moeten daarbij nu echter wel rekening houden met de nieuwe verdeling over de twee typen brugklassen.
Tot slot zou er het nadeel kunnen zijn, dat leerlingen in een verkeerd type brugklas terecht komen, omdat in geval van twijfel verkeerd is gekozen, of omdat leerlingen zich soms anders ontwikkelen, dan verwacht werd aan het einde van groep acht. Dit nadeel vangen we op door tijdens het eerste brugjaar twee overstapmomenten te maken, één bij het Kerstrapport en één bij het Paasrapport.
Leerlingen waarvan op dat moment duidelijk is geworden dat ze beter in de andere dakpan op hun plaats zijn, kunnen op dat moment overstappen naar de andere dakpan. Er zijn natuurlijk criteria om hiervoor in aanmerking te komen. Uiteindelijk bepaalt de docentenvergadering van een klas of een leerling hiervoor in aanmerking komt.
We zullen de indeling van de brugklassen en toedeling van docenten aan de klassen zo vormgeven, dat een eventuele overstap naar de andere dakpan, en dus naar een andere klas, sociaal gezien soepel kan verlopen.
Ook aan het einde van de brugklas en in hogere jaren blijven er overstapmogelijkheden.
a. Toelating en indeling
Een toelatingscommissie beoordeelt de aangemelde leerlingen n.a.v.:
• advies basisschool; Dit wordt ingevuld op het Onderwijskundig Rapport.
• de Cito-toets.
Bij de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs is het van het allergrootste belang dat leerlingen worden geplaatst op een school en op een schooltype die bij hen passen. In dit verband wil dat zeggen: een school die een opleiding aanbiedt die past bij de capaciteiten en interesses van het kind.
De onderstaande richtlijnen zijn niet meer en niet minder dan een hulpmiddel bij de toelating van leerlingen tot de diverse typen brugklas. Bij de meeste leerlingen zullen deze richtlijnen al duidelijkheid verschaffen over de toelaatbaarheid. Er zullen evenwel ook leerlingen zijn voor wie de richtlijnen nog geen uitsluitsel geven. In die gevallen is nader overleg met de school voor VO van belang, opdat de school voor VO een zo compleet mogelijk beeld heeft van de desbetreffende leerling voordat een beslissing over de toelating en indeling wordt genomen. Bij die beslissing kan in sommige gevallen een door de VO-school aangeboden extra af te nemen test de doorslag geven.
Voor alle duidelijkheid:
De scholen voor VO hechten belang aan de Cito-eindscore, maar nog meer aan het advies van de basisschool dat immers gebaseerd is op een jarenlang kennen en volgen van het kind.
De school voor VO beslist over de toelating.
De onderstaande richtlijnen voor toelating en indeling zijn gezamenlijk ontwikkeld door het Altena College, de scholengroep De Hoven, het Merewade College en het gymnasium Camphusianum. Deze scholen hebben ook onderling overleg over de ervaringen met de toepassing van de richtlijnen.
b. Richtlijnen voor toelating en indeling
| Toelaatbaar tot | Advies | Cito | Extra test |
|---|---|---|---|
vmbo-tl |
|
Iets lager dan 527 | De VO-school kan besluiten tot het aanbieden van een doorslaggevende test |
| Advies vmbo-tl |
527, 528, 529 |
Door de VO-school aangeboden test is doorslaggevend | |
| Duidelijk en onderbouwd advies vmbo-tl *) |
527, 528, 529 | Nvt | |
| Advies vmbo-tl |
530 en hoger |
Nvt |
|
havo |
Advies havo of havo/vwo |
536, 537, 538 |
Door de VO-school aangeboden test is doorslaggevend |
| Duidelijk en onderbouwd adv. havo of havo/vwo *) |
536, 537, 538 | Nvt | |
| Advies havo of havo/vwo |
539 en hoger | Nvt | |
| vwo (voor ons niet apart van toepassing) | Advies vwo |
542, 543, 544 |
Door de VO-school aangeboden test is doorslaggevend |
| Duidelijk en onderbouwd advies vwo *) |
542, 543, 544 |
Nvt | |
| Advies vwo |
545 of hoger | Nvt |
*): met een “duidelijk en onderbouwd advies” wordt bedoeld een advies waarbij op grond van de gegevens uit het leerlingvolgsysteem duidelijk wordt gemaakt dat de Cito-score geen reëel beeld geeft van de mogelijkheden van het kind.
c. Doel van de brugklas
De brugklas is de schakel tussen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Naast het aanbrengen van kennis en vaardigheden staan de volgende begrippen centraal:
• de oriëntatie De leerling moet wegwijs worden gemaakt in de nieuwe school en moet wennen aan de vele vakken.
De leerling moet zich op het nieuwe vakgebied positief leren bewegen.
Hij/zij moet nieuwe studiemethoden doorzien en zich een goede studiehouding eigen maken.
• de begeleiding Docenten in het algemeen en de klassenmentoren in het bijzonder proberen obstakels te herkennen die bij individuele leerlingen het bereiken van de onderwijsdoelen kunnen belemmeren. Zo mogelijk worden deze problemen aangepakt en/of voorkomen.
• de determinatie Docenten trachten gegevens te verzamelen omtrent structuur, richting van de begaafdheid en de belangstelling van de leerling.
• de advisering De docenten dienen aan het einde van het brugjaar een zo verantwoord mogelijk advies te geven over de verdere mogelijkheden van de leerling en het voor haar of hem meest passende schooltype.
d. Introductie
De eerste schooldag is een introductiedag. Onder leiding van de klassenmentor worden allerlei praktische zaken doorgenomen, zoals:
• uitleg lesrooster;
• de schoolagenda;
• het schoolgebouw;
• bezoek aan het sportveld;
• eet- en drinkmogelijkheden;
• formulieren;
• kennismaking, enz.
Tevens zal door alle docenten tijdens de eerste lessen extra aandacht besteed worden aan de nieuwe situatie om het acclimatiseren op school te bevorderen. De klassenmentor speelt hierbij een belangrijke rol, ook d.m.v. de studieles en het mentoruur.
De groepen van de basisscholen worden zo veel mogelijk in stand gehouden. Wel moet uiteraard rekening worden gehouden met verdeling van de leerlingen over de dakpannen TH en HV.